menu pc herkent geen wma-file

 

 

 

 

 

 

 

 

Bouwgeschiedenis van de St. Jan

 

± 1210 Buiten de stadsmuren, op een terrein “de Pepers” genaamd, beginnen de Bosschenaren met de bouw van de (eerste) Sint Jan, een bakstenen kerkje in Romaanse stijl. De Sint Jan doet nog geen dienst als parochie kerk. Zij is volkomen ondergeschikt aan de San Salvator in Orthen.
± 1240 Men begint met de bouw van de toren aan de Romaanse Sint Jan.
± 1280 Omstreeks deze tijd wordt de Sint Jan tot parochiekerk verheven, hoewel nog steeds onder de jurisdictie van de pastoor van Orthen.
1366 Op 20 januari van dit jaar, verhief Jan van Arkel, bisschop van Luik, de Sint Jan tot collegiale kerk. 
Daardoor werd aan de kerk een college of kapittel van maar liefst dertig kanunniken verbonden wier voornaamste taak het was om door het plechtig zingen van het dagelijks koorgebed aan de erediensten groter luister te geven. Bovendien vervulden zij taken op het gebied van de zielzorg en het onderwijs in de stad. 
Ook het beheer over de kerk werd aan de kanunniken toevertrouwd. Het is niet onwaarschijnlijk dat de vestiging van dit kapittel een belangrijke rol heeft gespeeld bij het besluit van de Bosschenaren om de bestaande kerk door een nieuwe te vervangen.
1380 De bouw van de gotische Sint Jan neemt een aanvang. Onder de bezielende leiding van Willem van Kessel werken de metselaars, steenhouwers, gewelfbouwers en glazeniers aan het hoogkoor, de kooromgang en de straalkapellen van de Sint Jan en omstreeks 1425 was dit gedeelte van de kerk voltooid.
1390-1430 Het zuiderportaal werd opgetrokken tot een hoogte van 6 ŕ 7 meter doch met een minder diepe voorhal. De tijdelijke afsluiting van het portaal met de deur van de kerk van 1280 schijnt toen nog aanwezig geweest te zijn. 
Dit is waarschijnlijk de deur waarop het eenvoudige, mooie gebed stond gebeiteld: “Jesu wi vertrauwen datsu mi bistant, want wi wroche tot u ere. Jesu, Heer der werelt, wilt vergeefe mi, mijn Verlosser sijt gi.”
1420-1455 Het noorderportaal, tot dan toe slechts gedeeltelijk gerealiseerd, werd in deze periode afgebouwd. De gewelven van dit portaal getuigen van het grote aanpassingsvermogen van de bouwers. 
Oorspronkelijk op een kruisgewelf aangelegd, schroomde men niet om over te gaan op een stergewelf. Het beloop van de gewelfribben toont duidelijk deze verandering aan.
1430-1470 Het zuiderportaal werd in deze periode voltooid. Ook dit portaal was tot een hoogte van 6 ŕ 7 meter opgetrokken en het zou tegen de traditie geweest zijn als het niet anders werd afgebouwd. 

De voorhal werd dieper gemaakt en de St. Antoniuskapel kreeg een zij-ingang. Uit de jaartallen valt op te maken dat er maar een jaar verschil was tussen het gereed komen van de beide portalen. 
Het grote verschil in uiterlijk moet dan ook worden toegeschreven aan het veel vroeger gereed komen van het ontwerp voor het noorderportaal.

1450 Rond dit jaar werd de toren van de Romaanse kerk verhoogd. Dit gebeurde toen men besloten had een middentoren op te richten waarvan aanleg en opening reeds aanwezig waren. 
De westtoren moest wel verhoogd worden omdat de middentoren geen klokkentoren kon zijn. 

De toren kreeg 2 klokverdiepingen met een leien spits, tweemaal onderbroken voor het carillon. 
Het dak van de kerk (nog altijd die van 1280), liet men tegen de verhoogde toren aansluiten op een ingemetselde turfstenen kraaglijst.

1430-1490 Gedurende deze jaren werden allerlei aanbouwen gerealiseerd o.a.: de Gerfkamer, de Kanunnikenkamer, de Kapittelzaal en de Stadskomme (archief).
1481 De straalkapellen kwamen in dit jaar gereed. De viering was nog primitief afgedekt en men bouwde nog steeds aan de noordelijke zijbeuk. De Lieve Vrouwe kapel werd toch nog gespaard en primitief afgesloten.
1482-1494 Al sinds het begin van de veertiende eeuw was aan de noordkant van het huidige koor een kapel in gebruik bij de Illustere Lieve Vrouwe Broederschap, een groepering die zich de bijzondere verering van Maria ten doel had gesteld. 

De broeders van deze vereniging besloten, tegen het eind van de vijftiende eeuw, hun kapel nog eens aanmerkelijk te vergroten. Deze verbouwing resulteerde in 1494 in een prachtige, laatgotische kapel die nu, als H. Sacramentskapel., nog steeds een bijzonder accent verleent aan de Bossche kathedraal. 

Het ontwerp voor de uitbreiding was van de hand van Alart Duhamel, een van de groten onder de Nederlandse bouwmeesters van de late middeleeuwen.

1497 Dit was het jaar waarin de grondslag gelegd werd voor de bouw van de zuider-zijbeuk, het laatste gedeelte, de doopkapel, werd gespaard.
1505 De oude Romaanse Sint Jan wordt afgebouwd.
1505-1522 In deze periode werden het schip en de zijbeuken afgebouwd. De steen voor de zuiderbeuk kwam weer uit Antwerpen maar was moderner van profilering dan de noordzijde.
1523-1529 Dit is de tijd waarin de middentoren werd opgetrokken. In de romaanse periode werden de torens meestal op de viering geplaatst. Voor de gothiek was dit dus niets nieuws. 


In 1480 was er reeds een begin gemaakt met de bouw van een middentoren door Willem van Kessel. De bedoeling destijds was een uitvoering in steen. 

Bij de hervatting van de werkzaamheden in 1523 was het oorspronkelijke plan geheel gewijzigd en werd de toren uitgevoerd in hout bekleed met lood. 
De uitvoering was in handen van Jan van Poppel.

bron:   http://www.stilleomgang.nl/sintjan.htm

 Bij het samenstellen van deze schets over de bouwgeschiedenis van de Sint Jan is gebruik gemaakt van de volgende literatuur:

De St. Janskerk     van J. Mosmans, ’s-Hertogenbosch, 1931.

Zingende Kathedraal  programma catalogus ter gelegenheid
van 700 jaar koorzang in de St. Jans kathedraal. ’s-Hertogenbosch, 1974.

Kroniek van ’s-Hertogenbosch van Peter-Jan van der Heyden en Henny Molhuizen. ’s-Hertogenbosch, 1981

 

 menu pc herkent geen wma-file